Wat we Aanbieden
Kleuters
Lagere School

OVERGANG NAAR DE LAGERE SCHOOL

Er is een tendens waar te nemen om het schoolse leren steeds maar te vervroegen.
Ouders met kinderen van vijf, zes jaar kijken over het muurtje van de kleutertuin en kunnen vaak het geduld niet meer opbrengen om hun kind nog te laten wachten met lezen en rekenen.
Toch is het dit wat de Steinerscholen vragen.
In de visie die de Steinerscholen hanteren, dienen kinderen ten volle hun eerste ontwikkelingsfase te hebben afgerond. Gedurende de eerste zeven levensjaren worden de organen en zintuigen ontwikkeld en wordt in spel en beweging de basis gelegd voor een goed lichaamsbesef en een gezonde wilsontwikkeling.
De ontwikkeling van de zintuigen, het aanbieden van ritme en regelmaat, de vorming van zinvolle gewoonten, het bieden van gelegenheid tot nabootsing, de aanmoediging van de motorische ontwikkeling, de waarneming en de spraak, dit alles is in de eerste zeven jaren aan de orde.

Rond het zevende levensjaar komt het moment dat kinderen klaar zijn voor onderwijs. Het geheugen en de waarneming komen vrij uit de lichaamsgebonden ontwikkeling. Een ruimte komt vrij voor leren.

Bij de overgang van de kleuterschool naar de lagere school wordt een uitgebreid schoolrijpheidsonderzoek afgenomen. Dit gebeurt bij kinderen die rond Pasen hun zevende jaar zijn ingegaan. Voor kinderen die voor 1 mei nog geen zes zijn geworden, wordt aangeraden nog een jaartje in de kleuterschool door te brengen.





DE LAGERE SCHOOL

JAARKLASSEN

In de lagere school zitten de kinderen in homogene leeftijdsgroepen.
Dit maakt het mogelijk de leerstof in de verschillende leerjaren op de ontwikkeling af te stemmen.

PERIODE-ONDERWIJS

De algemene vakken gebundeld in periodes aan de leerlingen gebracht: Nederlands, Wiskunde, Geschiedenis, Aaardrijkskunde... Gedurende enkele weken verdiept men zich met de hele klas intens in een vak, alle dagen van de week gedurende de eerste uren van de dag. Deze aanpak maakt het mogelijk een onderwerp langs verschillende kanten te benaderen en op vele kunstzinnige manieren te verwerken.
Nadien is er ruimte voor vaklessen als talen, houtbewerking, tuinbouw, muziek
(blokfluit, zang,...), toneel, schilderen, vormtekenen, tekenen, boetseren, lichamelijke opvoeding (spel en sport, toestelturnen, zwemmen), wandelen, euritmie, handwerken naargelang de leeftijd van de kinderen of jongeren.
Op deze wijze trachten we vele talenten en mogelijkheden te doen ontkiemen, intellectueel, kunstzinnig en inzake handvaardigheid.



EEN VERBINDING MET DE WERELD AANGAAN
- VOELEN

Wanneer het kind zeven jaar wordt, kan met een onderwijs worden gestart dat zich op de wereld richt en vaardigheden helpt ontwikkelen die nodig zijn om met deze wereld een verbinding aan te gaan.

Leren lezen, rekenen en schrijven en een verkenning van de wereld moet in dit licht gebeuren: altijd weer moeten we erop bedacht zijn de kinderen een gezonde verbinding te helpen aangaan met de wereld waarin zij leven.

Gezond is in deze leeftijdsfase een verbinding die gaat via het gevoel.
In de lagere school staat het gevoel centraal.
Het zieleleven wordt via een kunstzinnige aanpak, een rijke beeldenwereld en een scholing van de waarneming, tot ontwikkeling gebracht.

Het taalonderwijs, het omgaan met de rekenkundige ordeningen en de verkenningen van cultuur en natuur, zijn dienstbaar aan de ontplooiing van de individualiteit.

De taak van het onderwijs is niet om de individualiteit van een kind te vormen, maar om deze zichtbaar te maken. Dit op een wijze dat deze individualiteit zich vrij vanuit de eigen vermogens met de wereld kan verbinden.

- DENKEN ALS MORELE OPGAVE

Via een innerlijke betrokkenheid op de wereld kan het denken als morele opgave tot rijping worden gebracht.

Opvoeding tot vrijheid betekent immers niet: leren om te doen waar je zin in hebt.
De vrijheid die wordt beoogd is een innerlijk vermogen om initiatief te nemen en dit vergt scholing.

In ons leerplan staan kennis en vaardigheden niet centraal omwille van zichzelf, maar ze staan ten dienste van de ontwikkeling.
De ontwikkeling van de lichamelijke, gevoelsmatige en verstandelijke vermogens te stimuleren zodat de ziel en de geest zich erin kunnen uitdrukken, is de hoofdopdracht van het onderwijs.
Vakken zoals Taal, Rekenen en Wereldoriëntatie worden zo geoefend dat de beleving van het kind wakker worden gemaakt vanuit de ervaring ‘hoe mooi, wat zit dat alles goed in elkaar’.

- WILLEN

Steeds uitdrukkelijker wordt de opvoeding van de wil een belangrijke opgave voor wie de toekomstkrachten in de jonge kinderen wil helpen ontwikkelen. Via gewoontevorming, ritme en zelfwerkzaamheid willen we de kinderen sterken om in de eigen wil de motieven voor hun handelen tevoorschijn te halen.
In handwerkvakken die tot eigen werkstukken leiden en in de dagelijkse opbouw van het onderwijs wordt de wilsstroom gesterkt en gevoed.


DE LEERKRACHT

De schoonheidservaring die bij kinderen in de lagere school sterk aanwezig is, verloopt op deze leeftijd steeds nog via de volwassenen.
Daarom worden geen handboeken als leermiddel gehanteerd, maar gebeurt de overdracht van mens tot mens.
De leerkracht dient zichzelf als mens te verbinden met de wereld, moet als mens van de wereld datgene in de klas tot leven brengen dat bij de ontwikkeling van de kinderen aansluit en wel zo dat het enthousiasme om te leren en te oefenen wordt gewekt. Waar de ontwikkeling is belemmerd, zal de leerkracht in de lagere school allerlei middelen kunnen aanwenden om kinderen te helpen aansluiting te vinden. Het zal er voornamelijk om gaan te enthousiasmeren.
De vertelstof, de heemkunde, de geschiedenis, plant-, dier- en menskunde, maar ook de spraak, grammatica en rekenwerk zijn evenveel gelegenheden daartoe.




GEZONDMAKING VAN HET LEVEN

Het werken in perioden, waarbij gedurende een aantal weken na elkaar een onderwerp of vakonderdeel kan worden uitgediept, maakt dat de band met het onderwerp innig kan worden. Het kunstzinnige verwerken van de leerstof en de periode van bezinken die volgt, maken dat de leerstof kan doordringen tot het innerlijk van het kind.
De leerstof kan dan gezondmakend werken.
Gezondmaking van het leven is ook gedurende de lagere schoolleeftijd een hoofdopgave voor het onderwijs.